Dit zijn De Grienden, een getijde recreatiegebied aan de oever van de Oude Maas. Twee keer per etmaal staan grote delen van het gebied onder water. Het is begroeid met knotwilgen, mossen, planten en paddenstoelen. Elke 3 jaar worden de wilgen geknot. Het wilgenhout wordt onder andere gebruikt voor het maken van geluidschermen en als voedsel- en speelmateriaal voor dieren in de Rotterdamse Diergaarde Blijdorp.

Doordat het direct aan de Oude Maas ligt en dichtbegroeid is, was het de perfecte plek voor onderduikers. Er werden regelmatig mensen over het water vervoerd naar de overkant. Ook lagen er diverse arken langs de Maas, waaronder de Ark in het Scharengat, tussen de Bereneilanden en Berenplaat in. En er werd  voedsel opgeslagen op de Berenplaat.

In de oorlog was er veel armoede en er waren veel mensen lid van de NSB. Daar kwamen ook mensen tegen in verzet. Ook in Rhoon werd een afdeling van de L.O. opgericht. De L.O. ( Landelijke Organisatie voor hulp aan de Onderduikers) zorgde voor onderduikadressen, bonkaarten en geld om de onderduikers eten te geven.

De familie Lodder had twee vrachtschepen met een ligplaats hadden in de Rhoonse haven. Tijdens de oorlog zijn ze, bij hoog water, de Grienden ingevaren. De schepen hebben ze met hout uit de Grienden bedekt. Volgens mevrouw Blok-Lodder, een dochter van de scheepseigenaar, vonden op die schepen ook onderduikers een onderkomen.