Tussen hoop en vrees

Wanneer u dit leest zijn de landelijke verkiezingen voorbij en is de uitslag bekend. Het stof trekt op en de volgende wedstrijd begint: wie gaat met wie? Maar nu ik dit schrijf is het nog niet zo ver en heb ik nog geen idee in wat voor Nederland we leven aan het einde van de week.

We stemmen hier allang niet meer binnen onze zuil, maar steeds meer op gevoel. Op een partij die het beste appelleert aan ons karakter. We kiezen voor identiteit, zelfstandigheid of zorgzaamheid. Politieke partijen spreken de boze, de ongeruste, of de tevreden kiezer aan. Emoties en karaktertrekken werden in de campagnes dan ook volop genoemd: de een was optimist, de ander realist en de derde organiseerde een festival van de redelijkheid. Nummer vierde klaagde dat er teveel naar het verleden werd gekeken en te weinig naar de toekomst. Te veel aandacht voor doemscenario's en te weinig voor duurzaamheid. Waar moeten we bang voor zijn? Waar kunnen we op hopen?

In een tijd tussen hoop en vrees gaat het steeds meer om de aanvoerder en niet meer om ideologie of gedachtengoed. Debatten gaan tussen premierskandidaten en na afloop rolt er een winnaar uit. Die belooft ons 'nieuw leiderschap.' Kennelijk is Nederland vruchtbare grond voor veramerikaanste campagneteksten. Hoe meer angst en bezorgdheid, hoe meer behoefte aan een sterke leider. Daarbij gaan traditionele waarden het raam uit. Hij hoeft niet de waarheid te spreken, niet fatsoenlijk te zijn of rechtvaardig. Persoonlijke aanvallen zijn geen uitzondering meer maar worden de regel. We lijken alles voor lief te willen nemen in ruil voor de illusie van sterk leiderschap.

Toch zullen die beoogde leiders in de werkelijkheid na de verkiezingen een coalitie moeten sluiten. En compromissen. Dan helpt het als er achter die leiders partijen staan met een samenhangende blik op de wereld. Dat vergroot de kans op raakvlakken en overlappende overtuigingen. En op verbindende uitgangspunten en doelen; je kunt niet alles baseren op kreten en imago.

Over een jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Die zijn voor ons plaatselijke politici minstens zo spannend: wat voor bestuur kiezen onze inwoners? Albrandswaard is een rustige gemeente waarin het prettig wonen is. Misschien zijn we juist daarom geneigd om bang te zijn voor de boze buitenwereld, voor de criminaliteit en de verpaupering die we dichtbij zien en hier niet willen toelaten. Het is nu nog te vroeg om te weten wat dit gaat betekenen voor de lokale verkiezingen. Maar ik hoop alvast op campagnes die gaan over visie en ambitie, over wat we samen kunnen bereiken voor Albrandswaard. Laten we niet bang zijn. Zoals Jan Pieter Lokker hier vorig jaar schreef: democratie is niet voor bange mensen.